De Faam

 

De personificatie van De Faam heeft als attribuut een bazuin of trompet, waarop zij blaast. Pers verwijst in navolging van Cesare Ripa’s Iconologia enkele malen naar een trompet in relatie tot het begrip Fama: "Een Vrouwe met een dun kleed, dwars over, tottet midden van de beenen opgeschort, als of zy luchtigh wilde loopen, hebbende twee groote vleugels, en over al sullen pluymen en oogen, monden en ooren zijn. Zy hout in de rechter hand een Trompet". Fama wordt hier vertaald als "gerucht", zowel in positieve als in negatieve zin. Wellicht zou nu "reputatie" een goede omschrijving zijn. Bij het begrip "Fama buona", ofwel een "goed Gerucht" of "goede Naem" schrijft Pers: "Een vrouwe met een Trompet in de rechter hand, en in de slincker een Olijftack, hebbende aen den hals een goude keeten, alwaer een Hart aenhanght, hebbende witte vleugels aen de schouderen. Het Trompet bediet het gemeen geroep dat door de ooren van de Menschen gespreyt wort".

 

Johannes Lases Spannenburgh, Harlingen Hoite Jans Lieuwma, Harlingen

 

© Jan Schipper - 2008

Terug