Zilver van Bentvelt
Theodorus Gerardus Bentvelt werd geboren te Amsterdam en op 24 maart 1782 katholiek gedoopt als zoon van Gerardus en Catharina van Rossum. Over zijn jeugd is niets bekend, behalve dat hij leerling-zilversmid was en in oktober 1806 zijn proefstuk, een theekistje, vervaardigde.
Vanaf die tijd leverde hij aan de grote Amsterdamse kashoudersfirma Bennewitz & Bonebakker. In de daarop volgende jaren groeide hij uit tot een van de belangrijkste leveranciers van dit bedrijf en haar latere voortzettingen. Over de persoon en het werk van Bentvelt is veel informatie te vinden in het boek “De Werkmeesters van Bennewitz en Bonebakker” van Barend J. van Benthem (Waanders uitgevers, Zwolle, ISBN 90 400 9009 2).
Het is een gelukkige omstandigheid, dat de administratie van Bennewitz & Bonebakker over de periode 1805 tot 1822 voor een belangrijk deel bewaard is gebleven. Vanaf 1822 bleef eveneens veel van de administratie van de Fa. As Bonebakker & Zn. bewaard. Tot deze administraties behoren de zgn. Werkmeestersboeken, waarin de leveranties van de verschillende zilversmeden en anderen nauwkeurig werden bijgehouden
Door de meer dan 8000 leveranties van Bentvelt die in deze boeken vermeld staan in een database onder te brengen, is het mogelijk geworden om op eenvoudige wijze bewaard gebleven voorwerpen van Bentvelt aan te wijzen. Wanneer de leverantie eenmaal gevonden is, kan vaak aan de hand van de overige administratie zoals de Debiteurenboeken worden nagegaan aan wie het voorwerp werd geleverd.
Gezien de omvangrijke productie van Bentvelt lijkt het voor de hand te liggen dat de slijtage van zijn meestertekens aanzienlijk moet zijn geweest. De praktijk wijst echter uit, dat dit niet het geval is. Gedurende de 47 jaar dat hij werkzaam was zijn er slechts een beperkt aantal wijzigingen.
In de periode van oktober 1806 tot 26 maart 1812 werd een liggende rechthoek met de letters TGB gebruikt. Op laatstgenoemde datum wordt conform de Franse voorschriften een staand ruitvormig meesterteken afgeslagen met de letters TGB met een +-teken daaronder. Al vrij snel raakt dit teken beschadigd aan de linkerzijde: de linkerpunt is afgebroken tot ongeveer de linkerzijkant van de letter G. Te oordelen aan de hand van bewaard gebleven stukken zal deze schade in of rond 1814 al zijn ontstaan. Het beschadigde stempel werd gebruikt tot 1825 en werd toen vervangen door een liggende rechthoek met de letters TGB waaronder een +-teken. Dit stempel bleef in gebruik tot aan Bentvelt's dood in oktober 1853. Tenslotte komt er nog een klein vierkant merk voor met de letters TGB waarboven een +-teken. De vroegste bekende afslag van dit laatst genoemde merk in combinatie met een jaarletter komt voor op de montering van een glazen suikermand uit 1820. Het gebruik ervan loopt tenminste door tot ver in de veertiger jaren van de negentiende eeuw en merk wordt vooral aangetroffen op wat kleiner werk, zoals bijvoorbeeld monteringen en strooilepels. De bovenstaande conclusies zijn getrokken op basis van het determineren van meerdere honderden objecten.
Wanneer de gegevens uit de praktijk naast de officiële gegevens worden gelegd, dan valt op dat deze soms ver uiteen lopen. Zo werd bij de inschrijving van Bentvelt in het Franse stamboek aangetekend dat hij op 3 maart 1815 een klein merk zou hebben ontvangen voor goudwerk. Probleem is evenwel, dat er van Bentvelt tot op heden geen goudwerk bekend is. Daarnaast blijkt uit de Werkmeestersboeken dat Bentvelt op een zeer enkele uitzondering na niet in goud werkte. Zonder het te kunnen bewijzen lijkt het erop, dat met dit teken het kleine vierkant wordt bedoeld. Verder geeft het stamboek aan, dat er een aantal malen vernieuwing van de stempels zou hebben plaatsgevonden. De afslagen op bewaard gebleven stukken wijzen daar echter niet op. De grote rechthoek die vanaf 1825 in gebruik was komt nog voor op werk uit 1853. Vanzelfsprekend is de aanvankelijke scherpte er wel wat af, maar zorgvuldige vergelijking lijkt uit te wijzen dat na 28 jaar nog steeds om hetzelfde stempel gaat, dat dan al duizenden malen moet zijn afgeslagen. Helemaal uniek is dit niet, want ook het stempel met het ruitvormige meesterteken van de Amsterdamse zilversmid Egidius Adelaar werd gebruikt van 1812 tot in 1838.
Klik hier voor een overzicht van de meestertekens van Bentvelt.
Een enkele keer komt het voor, dat op een voorwerp het meesterteken ontbreekt. Wanneer de wel aanwezige merken en de kwaliteit van het object wijzen op de mogelijkheid dat het stuk uit het atelier van Bentvelt komt, kan het gewenst zijn om onderzoek te doen in de werkmeestersboeken. Soms lukt het dan om een voorwerp zonder meesterteken toch aan Bentvelt toe te schrijven, eenvoudigweg omdat het in de administratie voorkomt. Een mooi voorbeeld wordt gevormd door een bewaard gebleven lucifersornament in de vorm van een peer met bladen.Deze objecten komen een beperkt aantal malen voor in de werkmeestersboeken als geleverd door Bentvelt. Bij naweging van het voorwerp en bestudering van de omschrijvingen bleek e.e.a. precies te kloppen.
Klik hier voor het onderzoek naar het lucifersornament
|
|
|
Suikerglas op "veren", 1823. |
Klik hier voor informatie over de herinneringsbeker uit 1853.